Tuten en Kwaken
Tuten en Kwaken

Tuten en Kwaken

Tuut Tuut – Kwaak Kwaak

Welk dier kwaakt?

  • Een eend!

Welk dier kwaakt nog?

  • Een kikker!

En welk dier kwaakt nog?

  • Euhm…. een bij dan maar…?

Inderdaad, bijen zoemen niet alleen, ze kwaken ook. Met name een koningin die op het punt staat geboren te worden maakt een kwakend geluid.

Dat gaat zo: (zet nu even uw auditieve verbeelding op schrap)

  • whap whap wap …

Zodra ze geboren is verandert dat geluid. Dan kwaakt ze niet meer maar begint ze te tuten. Dat klinkt meer als:

  • whoooooooooooooooooooooooop whop whop ….

Zowel het tuten als het kwaken is ’s avonds na zonsondergang tot buiten de bijenkast te horen. De koninginnen produceren het geluid door met hun borst tegen de celwand of wasraat te duwen en vervolgens met de vleugels te wapperen. Het zijn beide verschillende geluiden, in tegenstelling tot wat vroeger wel eens beweerd werd als zou het kwaken het geluid zijn van tuten dat vervormd wordt door de celwand waarin de ongeboren koningin zich bevindt.

Bijen hebben geen oorschelpen en nemen dat geluid dus niet op dezelfde manier zoals wij mensen waar. Ze voelen de trillingen van geluid met hun voelsprieten en de haartjes in hun pootjes. Ze zijn gevoeliger voor trillingen die zich verplaatsen door een medium zoals bijenwas dan door de lucht.

Waarom dat tuten en kwaken?

Tot nu toe werd aangenomen dat tuten en kwaken een communicatie is tussen de geboren en ongeboren koninginnen. Een geboren moer tuut en krijgt antwoord van de ongeboren moeren die kwaken. Vervolgens zou de tutende moer de kwakende moeren doodprikken. Maar dat is een eigenaardig gedrag van de kwakende moeren. Waarom zou je antwoorden als dat je dood betekent?

Recent onderzoek door Dr. Martin Bencsik en zijn team brengt een heel ander verhaal aan het licht. Ze tonen aan dat het tuten van de moer geen signaal is aan de andere moeren maar aan de werksters in het volk.

Het onderzoek werd uitgevoerd met een accelerometer die aan de wasraat werd bevestigd. Een accelerometer neemt trillingen waar in een vaste stof zoals een microfoon trillingen in de lucht registreert en versterkt. Op deze manier kon de natuurlijke zwermcyclus van het volk in een bijenkast onderzocht worden zonder menselijke tussenkomst voor het onderzoek zelf.

Het tuten van de moer blijkt een signaal naar de werksters. Zodra de werksters een tutende moer in het volk horen (of beter gezegd voelen), gaan ze alles in het werk stellen om de andere moeren die klaar zitten om geboren te worden in de cel te houden.

Deze ongeboren moeren knagen zich een weg naar buiten, maar het tutende geluid is voor de werksters het signaal dat er al een nieuwe onbevruchte moer in het volk rondloopt en ze dus de andere moeren beter achter de hand houden voor een volgende nazwerm of voor het geval de nieuwe moer toch niet de aller schoonste blijkt te zijn. Als de werksters de moer zouden laten doen, ontstaat een gevecht op leven en dood tussen twee moeren. Maar dat trachten de bijen met deze tuut&kwaak-communicatie dus net te voorkomen.  

De werksters gaan de moer dus in de gesloten dop houden. Dat doen ze door het deksel dat de moer tracht open te knagen opnieuw dicht maken met nieuwe was, zo blijft dit verzegeld en blijft de moer zitten, beschermd van de vrij rondlopende moer.

Vanaf het moment dat het tuten ophoudt stoppen de bijen met het herstellen van de celwanden. Dit is immers het sein dat de vrije moer het nest verlaten heeft en er geen moer meer in het volk rondloopt. Een andere kwakende moer krijgt dan de kans geboren te worden. Zodra dit is gebeurd beginnen ze opnieuw met het herstellen van de celwanden om de resterende ongeboren moeren beschut te houden. Dit gaat zo door tot het volk te klein wordt om nieuwe nazwermen te maken. Dan laten ze alle moeren los en mag de sterkste blijven.

Het tuten en kwaken is dus een communicatie van moer naar volk om slachtpartijen tussen verschillende moeren te voorkomen.

In de figuur: de sequentie in een volk waarin de imker geen enkele ingreep doet:

  • voorzwerm op 13 april (swarm, 1e verticale rode lijn)
  • enkele dagen later is een nieuwe moer geboren en die begint te tuten (17 april) (tooting, onderste rode lijn)
  • de ongeboren moeren beginnen even later te kwaken (quacking, bovenste rode lijn)
  • op 19 april vertrekt een nazwerm (swarm, 2e verticale rode lijn)
  • Het tuten houdt dan enkele uren op, het kwaken gaat door. In die tijd laten de bijen een nieuwe moer geboren worden. Die begint vervolgens te tuten, vanaf dan houden de werksters de overige moerdoppen opnieuw gesloten
  • Op 21 april vertrekt een nieuwe nazwerm (swarm, 3e verticale rode lijn)
  • Het volk is dan te klein voor een 3e nazwerm, alle moeren worden losgelaten en vechten onderling uit wie mama mag blijven spelen. Vanaf dan is er geen getuut & gekwaak meer in het volk.

Bron: https://www.nature.com/articles/s41598-020-66115-5

Het geluid van kwaken & tuten kan je hier horen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.